geen gerelateerde objecten/artikelen gevonden.

Beschrijvingen en afbeeldingen van de inboedel

From VerhalenWiki

Jump to: navigation, search
180px-Vermeer autograph.svg.png

Contents

Int Voorhuis, kamer A

Pieter Groenewegen, landschap

landschap
Landschap door Pieter Groenewegen (ca. 1600–1658). Dit landschap werd afgebeeld op het omhoog staande deksel van het clavecimbel/virginaal op het Vermeer-schilderij 'Staande dame aan het Virginaal', National Gallery, London.

Het is mogelijk dat Vermeer dit schilderij in huis had. Groenewegen was werkzaam in Delft (zie de Artists & Patrons afdeling in het gele manu en de Kaart van Delft).




Een schrijnwercktkasie

Rijksmuseum
Een schrijnwercktkasie [een kast gemaakt door een schrijnwerker of fijn-timmerman] In het voorhuis, kamer A en in de grote zaal, kamer I.

Andere voorbeelden zijn:

  • een Schrijnwerkkast met ebbenhout ingelegd. Formaat 202 x 174 x 74,5 cm Rijksmuseum, inventarisnummers RBK 1959-47 (hier niet afgebeeld).
  • Tafelkastje, geopend, Noordnederlands, palisander, ebben en eikenhout. Rijksmuseum, inventarisnummer BK NM 11190 M cat 98 1017 (niet afgebeeld).

Een schrijnwerker is gespecialiseerd in het maken van kasten en wandbetimmeringen. Schrijnwerkers pasten in hun vak ingewikkelde verstekken en verbindingen toe. In de meeste steden was dit soort werk niet toegestaan aan gewone timmerlieden en witwerkers.
Door de handel met het buitenland kwamen na 1600 exotische houtsoorten beschikbaar, waaronder ebbenhout. Schrijnwerkers maakten ook lambrizeringen, paneelwerk en kamerbetimmeringen (Fock, 2001, p. 29).


Spaanse stoel

Overal in huize Thins/Vermeer vinden we stoelen. Zo staan 'negen roo[d] spaensleere stoelen' Inde groote zael, Kamer I. Deze stoelen waren bedoeld voor volwassenen, niet voor kinderen. Kinderen mochten plaats nemen op kussens.
De stoelen kunnen voor een deel afkomstig zijn uit de inventaris van de vader van Vermeer – zie de inventarislijst uit 1623 met daar op zes Spaanse stoelen.
De term 'Spaans' sloeg aanvankelijk op het leer waar mee de zitting en rug bekleed werd, en later op het model.
Rechts: Armstoel c 1600–1625, H 125.2 ; W 63, D 57 cm. Collectie Rembrandthuis inv M6 F4559-8.
Op vele Vermeer-schilderijen treffen we bovenaan de leeuwenkopjes aan als bekroning van de stoelen. Onder zien we een detail van 'Onderbreking van de muziekles' Frick, New York City.
Er waren in de zeventiende eeuw ook driepoot-krukken.

Kussens

kussens, Rijksmuseum Amsterdam
Door het hele Thins/Vermeer huis heen treft men een groot aantal kussens aan in de variëteiten 'peuluwe, oorkussen, sitkussen, tapijte kussen'. Er waren in totaal ca. 23 kussens door het huis heen – plus nog een tien geborduurde kussens die we aantreffen 'boven op de agtercamer', Kamer M.

De geborduurde kussens kunnen afkomstig zijn uit de inventaris van 1623 van Vermeers vader.
Voor de kinderen waren er geen stoelen aanwezig. Kinderen gebruikten kussens als de volwassenen de stoelen in gebruik hadden.




Inde groote zael, Kamer I

Landschap met boerenschuur

gravure
Zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderijen die een boerenschuur tonen zijn dun gezaaid.

De hier getoonde gravure toont een Boerenschuur (detail) op de grote gravure met een landschap met faun en onder boom slapende meisjes, door I. Matham (sculps = graveur) en Abraham Bloemaert (fec = ontwerper) Rijksmuseum / Rijksprentenkabinet inventaris-nummer A 14974. Literatuur: B 75, H 69", R 84.






Fabritius

Zelfportret (detail)

H-af-fabrit-zelf.jpg
Veel schilderijen van Fabritius zijn in de loop der tijd verloren gegaan. Carel Fabritius (1622–1654) raakte ernstig gewond bij de Delftse buskruitexplosie en stierf enkele dagen later aan de gevolgen. Het is niet te zeggen welk Fabritius-schilderij in het bezit was van Vermeer.




Stilleven met vruchten

Als voorbeeld van een gelijksoortig voorwerp wordt hier getoond: Balthasar van der Ast (1593/4-1657), Stilleven met vruchten en bloemen, Mauritshuis. Zie ook in het gele menu Artists & Patrons – de kunstenaars Van der Ast, Van Aelst of Van den Berch.
Vermeer bezat ook een Pompoen-schilderij. Als voorbeeld van een gelijksoortig voorwerp wordt hier tzt. getoond: Abraham Bloemaert (1564–1651), Landschap met fruit en groenten op de voorgrond, 39×50 cm. Rijksmuseum cat A 3743.



Conterfeitsels [portretten] van de familie van Maria Thins

H-af-passe-courtisanes1631.jpg
In de Grote Zaal hingen ook twee portretten van Vermeer's overleden vader en moeder, twee conterfeitsels – van Sr. Vermeer zalr vader ende moeder. Deze komen ook al voor in het document van 8 december 1623.








Familiewapen

11197boekO.gif
Familiewapens werden in de zeventiende eeuw vrij losjes bedacht en gemaakt en waren aldus niet voorbehouden aan adellijke families. Toont dit object aan dat Vermeer bepaalde aspiraties had en streefde sociaal opwaarts te gaan?

Rechts een boek uit het poppenhuis van Oortman, Rijksmuseum, met daarin een voorbeeld van een familiewapen.




Bedstede

11285bedstO.gif
Bedsteden vormden een nagelvast onderdeel van de betimmering van elk huis (en dus ook van het huis van Vermeer) en werden dus niet opgesomd als onderdeel van het interieur. Matrassen, gordijnen en beddegoed vormden echter bij elkaar een grote en kostbare investering voor het huishouden. Zie dekens.

Men sliep half zittend vanwege traditionele opvattingen over gezondheid; plat slapen zou schadelijk zijn. Onder de bedstede konden zich een of meer grote laden bevinden waarin het spreekwoordelijke 'ondergeschoven kind' werd opgeborgen.
Afgebeeld zijn gordijnen van een bedstede uit het poppenhuis van Oortman, Rijksmuseum.
De groene gordijnen werden ook al genoemd in de invantaris uit 1623 van goederen "verkocht" door Reynier Jansz (Vermeer's vader), aan Balthasar Gerrits (de vader van Digna Baltens, Vermeer's moeder).
Bedsteden waren een plaats voor liefde en dood. Zie een tekst over begraven.

Schoorsteenval

'Vallitie' of valletje. Inde groote zael, Kamer I en Inde koockeucken. Kamer D. Horizontaal langwerpig "valletje" doek boven aan de schoorsteenopening die vanaf de schoorsteenmantel 10 a 20 cm. omlaag hangt. Het houdt wellicht wat van de rook tegen die anders richting kamer zou gaan. Rabat volgens het Woordenboek WNT. "omgeslagen gedeelte van een kleed" ; "a) sierlijk bewerkte strook, meestal van franje voorzien of geplooid 'valletje' langs de hemel van een ledikant of den bovenkant van een bedsteeopening" ; "b) langs den bovenkant van een gordijn in het algemeen" WNT deel VII,111, kol. 113. Van Dale woordenboek Nederlands-Engels, 1986: "pelmet, valance, rabat". Niet te verwarren met schoorsteenkleed.

Groot schoorsteenkleed

Afdekkleed
Een (dito) schoorsteenkleed, Inde groote zael, Kamer I. Dit voorwerp, niet te verwarren met een schoorsteenval, was en vrij groot kleed dat de gehele schoorsteen-opening kon afdekken tijdens het zomerseizoen. Schoorstenen konden tegen de tocht ook worden afgedicht met gekromde schotten die met leer waren afgewerkt. In zeventiende eeuwse inventarissen worden deze soms aangetroffen (mondelinge informatie Zantkuijl, 2001).

Harnas, helm, piek

Deze voorwerpen geven aan dat Vermeer lid was van de schutterij.
Harnas, Kuras, bestaande uit schouderplaat, rog- en borstplaat. Daabnij een helm. Nederland, c. 1600–1700. Rijksmuseum, inventarisnummers NG-KOG-1134 (deel van 4), F5373-5 (neg. 1996), F5373-8 (neg. 1996).
Een piek (lans) Rijksmuseum, Foto F 1839-8 inventarisnummer NM 11787. Formaat onbekend.
Het onderwerp schutterij was onderwerp van een prachtige tentoonstelling in het Frans Hals museum, Haarlem: Schutterij, Kracht en Zenuwen van de stad.
Rechts een tekening van een soldaat, mogelijk door Job Berckheyde. Coll. C. Hofstede de Groot, nu in Groninger museum, Groningen.

Hoedenrand van lood

(afbeelding ontbreekt)
Volgens Marieke de Winkel werden hoeden soms verzwaard met een loden plaatje, de hoedenrand. Ze kent geen bestaande voorbeelden maar in een bericht aan mij (van 2002) noemt ze het woordenboek uit 1690, de Dictionnaire door Antoine Furetiere: 'Rond de plomb: c'est une grande plaque de plomb qui a la figure d'un chapeau sans forme, de laquelle on se sert pour tenir un chapeau en estat.' [Loden gebogen vorm, dit is een grote plak van lood die de vorm heeft van een vormeloze hoed, en die men op doet om de hoed stevig op te houden.]
Mw. Bianca du Mortier van de staf van het Rijksmuseum boog zich ook over dit probleem maar kon geen informatie of beeldmateriaal verstrekken.


Uitklaptafel, uittrekkende tafel, ronde tafel, achtkante tafel.

Uittrekkende tafels, aangetroffen in de Grote Zaal en in de studio. Tafel, aangetroffen in de binnenkeuken.
Op de tafels in Vermeer-schilderijen treffen we vaak tafelkleden aan die niet plat liggen maar kunstig (als een Alpenlandschap) gedrapeerd zijn. Zie ook schraagtafel.

Tafelmanieren De auteur Jacob Graal geeft in zijn boek uit 1733 zeer uitgebreide aanwijzingen over hoe men zich tijdens een diner heeft te gedragen, en met name hoe men vlees aansnijdt en verdeelt.

H-af-geogr-frankf.jpg

Men wacht staande aan tafel tot men geplaatst wordt; daarna zit men recht op de stoel en heeft de ellebogen nimmer op tafel. Men valt niet als een wolf aan: 'Men moet de eerste met de hand niet gretig in de schotel tasten...' (p. 74) want het eerst tasten, dat is het voorrecht van de aanzienlijken (p. 98). En men mag niet kieskeurig zijn: 'men moet beleefdelijk alles, wat ons aangeboden wordt, aannemen...' (p. 98).
Aflikken van vingers, mes of lepel is verboden: 'daar is niets wanschikkelijker..' (p. 102); men gebruike het servet daarvoor. Tandenstoken is onwelgevoeglijk (p. 108).
Een glas wijn is niet in een teug te legen maar rustig in twee of driemaal (p. 106).
Men gebruike geen ontuchtige taal, woeste of zotte praat (p. 108).
Stel niet zelf voor aan tafel te zingen, spelen of dichten; wacht tot men er een aantal malen op aandringt, en hou het dan kort (p. 116).
Dit alles valt prachtig te duiden in het kader van Het Civilisatieproces (een boek door Norbert Elias); maar een shockerende ontleding van een compleet kalfshoofd aan tafel laat weer een onverwacht facet zien (p. 90).
Woonfuncties Nog niet alle woonfuncties hadden een een vaste plaats in huis. Vetrekken werden voor verschillende doeleinden gebruikt. Er kon gegeten en geslapen worden in de keuken en in de grote zaal, en de aanwezigheid van bedden zegt niets over het dagelijkse of juist specifieke gebruik. Eettafels konden in principe overal worden opgesteld. (Pijzel, Pronkpoppenhuis, 2000, p. 401, noot 151.). Uittrekkende tafel ook genoemd in Fock 2001, p. 24.
links een portret van Jacob Graal, auteur en uitgever van De Hoofsche Welleventheid en Loffelijke Welgemaniertheid, By alle voortreffelijke Luiden in Nederland Gebruykelyk [...], 1733.

Goudleer en crucifix

Aldegrever-1937.jpg
H-af-goudleer-crucif.jpg
Goudleer bestaat uit aan elkaar genaaide rechthoekige stukken leer, vaak met zware stempels in een regelmatig patroon bewerkt. Daarna werd het leer belijmd met een zeer dun laagje zilver. Dat zilver werd uiterst dun uitgeklopt en in velletjes klaargemaakt in een 'zilverboek'; na het aanbrengen werd daarover tenslotte een vernis en eventueel kleurstoffen aangebracht, die het geheel een gouden glans geven.

'Een ebbenhout cruys' Inde groote zael, Kamer I. De crucifix was een voorwerp dat men vrijwel uitsluitend in Rooms-katholieke (schuil)kerken en gezinnen aantrof. In het Protestantisme was het tonen van de crucifix geen gewoonte.

Op 3 februari schreef Harry Vlamings uit Tilburg het volgende:

'Wat betreft het paneel goudleer dat zowel op De Brief als op De Allegorie van het Geloof voorkomt: het motief van de twee zeemeerminnen (of -mannen) komt uit de voorbeeldenboeken voor ornamenten, die de Duitse graficus Aldegrever uitgaf. Ik heb dat per ongeluk gevonden en heb de gravure over die van de geschilderde figuren gelegd en er is een frappante overeenkomst.'


Swillens wees in zijn boek uit 1950 op het wapenschild van de ex-burgemeester Theodorus Meerman (Meerman/zeemeermin), die de verbouwing van het Lucasgilde begeleidde (p. 35). Zie dit gebouw in de gele sectie Delft Artist & Patrons.



Maria

H-af-MadonnaBroItal1600.jpg
De verering van Maria behoorde tot het Rooms-Katholieke geloofsgoed. In het overwegend protestante Noord-Nederland werd in de 17de eeuw Maria daarom niet vaak tot onderwerp gekozen. In het Rijksmuseum is dan ook geen Maria / Madonna schilderij aanwezig.

In het Rijksprentenkabinet vond ik echter wel deze gravure: 'Maria tronend op de maan gezeten', 1607, 253x190 mm. Gravure door I. Matham sculps, naar Abraham Bloemaert fec. Rijksmuseum inventarisnummer OB:27064. Literatuur: B 69, H 111, R 103.
De hier getoonde Madonna is wellicht Italiaans, en is gedateerd omstreeks 1600. Copyright Browning Library.



Aanbidding van Christus door de drie koningen / drie wijzen uit het oosten

H-af-terbrugghen1619magi.jpg
Als voorbeeld van een gelijksoortig voorwerp wordt hier een schilderij uit de Utrechtse school getoond: Hendrick Ter Brugghen, Aanbidding door Driekoningen, 1619. De scene toont het aanbieden van mirre en andere voorwerpen door de koning / wijze Melchior (Azie), de jonge Caspar (Europa) en de zwarte Bathasar (Afrika). Zie voor het bijbelverhaal het Nieuwe Testament, Mattheus 2:1-12 en voor meer beeldmateriaal: iconclass 73 B 5. Dit schilderij door H. Ter Brugghen:







'Turkse' [toers] mantel van Vermeer

H-af-Mantel17eRM.gif
Kan dit een mantel zijn die afkomstig was van Vermeers vader? Een mantel waard 22 gulden werd genoemd in de invantaris van 1623, van goederen die in 1623 'overgingen' van Reynier Jansz (Vermeers vader), aan Balthasar Gerrits (de vader van Digna Baltens, Vermeers moeder).

Deze 'cape' mantel is een speciale rijmantel voor een ruiter. Verder is er een herenhoed van haarvilt, met gevlochten zilverdraad, c. 1600–1650, volgens overlevering gedragen door Hendrik Casimir, Graaf van Nassau Dietz (1612–1640) Zie Du Mortier, p. 48.
'Turks' slaat hier op de kwaliteit textiel en niet het model; Turks, ook wel toers genoemd, is een soort grofgrein die vooral in Leiden gemaakt werd (een mengsel van zijde en wol, voor het eerst uit Turkije ingevoerd). Mag daarom nooit met 'Turkish' vertaald worden.
'"Een swarte turxe mantel" is ook een vrouwenjakje, waarschijnlijk met de drie volgende items in de inventaris het rouwgoed van de weduwe. "Een swarte lakenrock" hoort blijkbaar hierbij en werd gebruikt als rouwgoed.' (Bericht van Marieke de Winkel, 2001).



Manteltje – jakje

H-af-mantelwashington.jpg
H-af-musicvr-bucking.jpg
'Een geele zatyne mantel met witte bonte kanten', Inde groote zael, Kamer I. Dit is een geel vrouwenjakje dat boven linnen kleding werd gedragen (omdat linnen wel en bont niet kon worden gewassen). De zoom van bont is waarschijnlijk gemaakt van witte eekhoorn of kattevel.

Lijfjes (Engels: 'stays') werden onder het manteltje gedragen. Ze waren vaak rood van kleur, met wat kantwerk aan de voorzijde. De term was in Amsterdam 'rijglijven' en in Delft 'keurslijven' (Marieke de Winkel, 1998, p. 329).
Een geel manteltje met zwarte bies afgezet. We vinden deze op vijf Vermeer-schilderijen, waaronder De Muziekles (Buckingham Palace). Het manteltje werd gewoonlijk gedragen boven een rok en petticoat. De rok werd aan de zijkanten omhoog vastgezet en heette daarom 'schort'. (Marieke de Winkel, 1998, p. 329-330)
De zwart-wit afbeelding toont jakje met vetergaatjes, kledingstuk voor een meisje van ongeveer twee jaar, om te dragen over een rok. Deze wijze van kleding is afgeleid van de dracht van volwassen vrouwen in Noord-Brabant. Gangbaar in zeventiende of achttiende eeuw. Coll. Het Markiezenhof, Bergen op Zoom.
Marieke de Winkel* schrijft dat dit kledingstuk in Amsterdam 'jak' werd genoemd en in Delft, Dordrecht en Rotterdam 'manteltje'. Beide woorden worden vertaald met 'jacket' in 1691. De term 'jak' slaat op een kledingstuk voor vrouwen; het werd met name gebruikt als werkkleding voor meiden die werkten, met name in de huishouding. Meiden hielden er van zich fraai te kleden, hetgeen kritiek uitlokte.


Tabbaard, tabbert voor man of vrouw

H-af-glas-berlin.jpg
Wellicht gebruikt als rouwkledij. Zie ook huismuts.

Zie ook de elegante, formele tabbaards op Vermeer-schilderijen in Berlin en Braunschweig.
Marieke de Winkel schrijft over de tabbaard/tabbert dat de term twee heel verschillende zaken aangeeft: 'Het is te vergelijken met een 'gown' in het Engels of het Franse 'robe'. Voor heren was dit een lange (kamer)jas die van voren geheel open hing. De dames-tabbaard bestond uit twee delen: een lijfstuk dat strak gebalineerd was en achter of opzij sloot en een rokstuk.
'Een swarte laken tabbert': dit is hier hoogstwaarschijnlijk niet een mannen-kamerjas maar een formele damesjapon waarvan het lijf strak is en achter dichtgeregen wordt. Aan het met baleinen verstijfde lijfje, 'tabbertslijf' (in het Engels 'bodice') had zij de onderrok vastgemaakt zoals te zien in beide schilderijen van clavecimbelspeelsters in London.
Om de voorzijde nog rechter te maken kond een stijve planchette of blanchet worden ingebracht, gemaakt van hout, ijzer of ivoor (in het Engels 'busk, in het Frans: 'planchette' of 'busque', in het Nederlands: planchette or blanchet). Het dragen van dit object werd bestreden omdat het bij zwangerschap de ontwikkeling van de vrucht zou storen (informatie van Marieke de Winkel* 1998, p. 330, 331 en e-mail berichten 2001 en 2002).
Woordenboek WNT deel XVI, kol. 709 schrijft in meer algemene negentiende-eeuwse termen: 'wijd, in den regel tot op de voeten neerhangend, mansbovenkleed met wijde mouwen, inzonderheid (...) gedragen door mannen van stand; "toga"'.

Kinderkleding: kinderhemden, mutsen; kinderneersticken, kinderschortekleren

H-af-jakje17-18e-markiez.jpg
Inde groote zael, Kamer I, vinden we: 'Een en twintig kinderhemden soo goet als quaet; acht en twintig mutsen; elff kinderneersticken; drye kinder schortekleren.'

Neerstik: 'Benaming voor een linnen borstsuk of bef'; 'une colerette, une georgette', 'halsdeksel'; 'soms met fijne kant die, langs de rand van de tabbaard, uit den kroplap of neerstik uitstak'. Woordenboek WNT deel LX, kol. 1795.
Marieke de Winkel (bericht 2001):
'Kinder schortekleren = kinderkleding van het type keukenschort. Neerstikken zijn platte kledingstukken om de hals, die onder de kraag in de halsuitsnijding gestoken worden door vrouwen en kinderen.'
De Vermeer-kinderen gingen ook naar school.
De inventarislijst van Vermeers vader uit 1623 bevat geen kinderkleren.



Slaaplakens, slopen, bedlinnen

Hz-pijz180-lakenslooplin.jpg
Zie ook bed-matrassen en de dekens in kamer D.

Acht paar lakens werden al genoemd in de invantaris van 1623 van Vermeer's vader, met een waarde van niet minder dan 48 gulden. Vergelijk dit met het dagloon van een vakman van tussen 1 en 2 gulden.
Linnen lakens.






Servetten, [Andreas]kruisservet-tafellakens

Hz-pijz186-servetten-kruisw.jpg
'Het is een linnen damast met in dit geval een (andreas)kruis motief, veel voorkomend.' (Marieke de Winkel)







Kap, hoofddoek, nachtmantel, halsdoek, kraag

De kap is een hoofddoek. In de zeventiende eeuw was een veelgebruikte term voor de hoofddoek 'kaper' in Amsterdam en 'kap' of 'hooftdoek' in Delft.
We zien over de schouders van de 'Vrouw met Waterkan' een 'nachtmantel' of 'nachthalsdoek'. Het was een kledingstuk voor in bed, ook om te dragen bij het maken van het ochtendtoilet maar ook een informeel kledingstuk voor overdag. (Marieke de Winkel*, 1998, p. 329).
Op de Vrouw met Waterkan, Metropolitan Museum of Art, New York City en in de vrouw in de deuropening in Het Straatje, Rijksmuseum wordt de nachthalsdoek wordt overdag gedragen.

Neerstik, kinderneerstik

Neerstik: 'Benaming voor een linnen borststuk of bef'; 'une colerette, une georgette', 'halsdeksel'; 'soms met fijne kant die, langs de rand van de tabbaard, uit den kroplap of neerstik uitstak.' WNT LX, kol. 1795.
Marieke de Winkel (bericht 2001): 'Neerstikken zijn platte kledingstukken om de hals, die onder de kraag in de halsuitsnijding gestoken worden door vrouwen en kinderen.'
Zie voor afbeeldingen 'Kap, hoofddoek, nachtmantel, halsdoek, kraag'.

Twee nachtmantels

Dit voorwerp wordt genoteerd onder het linnengoed. Daarom zal het een linnen schoudermanteltje zijn dat in bed gedragen werd. Dit wordt in in Dordrecht ook 'nachtmantel' genoemd (Engels: nightrail) en in Amsterdam een 'nachthalsdoek' (Informatie Marieke de Winkel, 2002)
Zie voor afbeelding 'Kap, hoofddoek, nachtmantel, halsdoek, kraag'

Waslijst

'Bordetgen daer men het linnewaet op teeckent';. Waslijst met als opschrift:

  • slaeplake [bedlaken],
  • slope [kussensloop]
  • tafelake [tafellaken],
  • hemde [hemd],
  • neerstick [vlakke hals-nekbedekking],
  • huive [onderkap],
  • krage [plooikraag, Spaanse kraag] ,
  • beffe [platte kraag],
  • neusdoeck [zakdoek],
  • schorteldoeck [voorschoot],
  • sante [doek op het hoofd van een vrouw gedragen in informele situaties, met het voorste deel naar achter gevouwen, zodat het het gezicht beschaduwt. Engels: 'bongrace'.],
  • luire [luier],
  • mutse [muts],
  • hulle [kapje],
  • flep [driehoekige kruiselingse band op het haar gedragen, met de punt bij de nek, gedragen onder een kapje, door kinderen en vrouwen die ziek in bed liggen.],
  • poverette [manchetten].

Het schoonmaken van linnen tafel- en beddegoed was arbeidsintensief vakwerk en werd uitbesteed aan wasserijen nabij schoon water en bleekvelden. Het kostbare wasgoed werd in afsluitbare manden opgestuurd. Het linnen kwam scherp gevouwen, schoon, droog weer terug.
Kleiner wasgoed werd thuis bij een pomp gereinigd (zie onder voor de waskeuken, ruimte J, ) en daarna op eigen bleekveldjes gelegd. (Pijzel, Pronkpoppenhuis, 2000, p. 170.)

Int Camertie aende voorsz. [hiervoor genoemde grote] zaal. Kamer G

Koffer

H-af-scheepskist1745Hoorn.gif
We treffen drie koffers aan in huize Thins/Vermeer. Een ervan is 'een groen geschilderde houte koffer met yser beslagen', Int Camertie aende voorsz. [hiervoor genoemde grote] zaal. Kamer G.

Nederlandse poppenhuizen tonen voor zover ik weet geen voorbeeld van een zeventiende eeuwse koffer. De scheepskoffer rechts dateert van 1745 en hoort bij een scheeps-inventaris. Het is gevuld met benodigdheden voor een matroos. Collectie Westfries Museum, Hoorn.



Matras, bed, bedde

Bed of bedde wordt in het Thins/Vermeer-huis aangetroffen in een reeks van kamers, waaronder 'Inde koockeucken', Kamer D.
Een bedmatras en het dekbed vormde eens het meest kostbare onderdeel van de inventaris van Vermeer's familielid Neeltge Goris – met een schrikbarende waarde van 60 gulden. (Montias 1989, 57).
Grootmoeder Neeltge Goris was in 1623 ook bekend als 'bedde vercoopster'.
Een andere bron bevestigt de hoge prijs van een bed – en legt uit dat men zich drie lagen moet voorstellen: Een platte bodem-matras gevuld met bedstro, of paardenhaar of zeegras. Daarboven lag een ander matras gevuld met veren, dons of kapok, een product dat aan bomen groeit. Een mens sliep boven op deze twee lagen en werd bedekt met lakens en dekens. (Wijsenbeek, p. 182–183)
Dagelijks werden de lakens en dekens van de bedden afgehaald en zo opgevouwen dat hoofd- en voeteneinde niet verwisseld konden worden. De kussens moesten worden opgeschud en een uur lang gelucht 'om de vederen te doen droogen, die anders klonteren.' Vervolgens moesten de bedden in de bedsteden weer worden opgemaakt. (Pijzel, Pronkpoppenhuis, 2000, p. 168).
Kledingdeskundige Marieke de Winkel bericht in 2001: Soms wordt 'bedde' ook gebruikt voor het matras zelf of het hele bed compleet. Zie: ook Peuluw.
Zie ook zwangerschap en seksualiteit.

Vuurkorf, vuurmand

Dit woord kent twee betekenissen:

  1. 'Mand in de kraamkamer waarin zich een test vuur bevindt en waarboven het linnen, de kleeding, inz. de luiders gedroogd worden en waarvóór het kind wordt gebakerd.' WNT XXIII kol. 1430
  2. Metalen houder voor hete kolen (zie afbeelding)

Afbeelding(en) uit Jet Pijzel-Dommisse,Het Hollandse pronkpoppenhuis, Interieur en huishouden in de 17de en 18de eeuw, Waanders, Zwolle; Rijksmuseum, Amsterdam, 2000, afb. 239, 240, 230.
Vuurkorf van ijzer Rijksmuseum, inventarisnummer BK NM 1010-259 11230-d 2H2.

Wasrek, rackie

Hz-pijz296-wasrek-rackie.jpg
Zie ook droogstokken op zolder.









IJzeren kookgerei, komfoor


Snuiter, blaker

Een snuiter is een werktuig om de te lang geworden verbrande pit van kaarsen af te knijpen.
Een blaker is een lage kandelaar met platte voet, gewoonlijk bestaande uit een schaaltje, van een oor, staart of handvat voorzien (Van Dale Handwoordenboek der Ned. Taal, 9e uitgave 1982).

Flessen en glazen

'...seve glase flessen; drye roomers [=roemers voor wijn] Int Camertie aende voorsz* zaal. [*hiervoor genoemde grote zaal], Kamer G.

Houten rek, bordenrek, Klein aardewerk

Spiegel in ebben lijst

Behalve 'Int Voorhuys, Kamer A', waren nog twee andere spiegels in huis bij Vermeer, in kamertje G en in de kamer boven de kelder, kamer B. De spiegel met ebben lijst werd al eerder genoemd in de inventaris van 1623 met een lijst van bezittingen van Vermeers vader.

Kinderstoel / kinderkakstoel

kinderkakstoel

Een 'kinderstoel' stond In de koockeucken, Kamer D. Een kind werd, indien nog niet zindelijk, zonder broek aan, in de kinderkakstoel vastgezet. De kussens, waaronder een met een rond gat in het midden, waren los en konden gewassen worden.
Uit dagboekaantekeningen van Joan Huydecoper (1625–1704), die het bracht tot burgemeester van Amsterdam, weten we iets van de opvoeding van kinderen in een beter milieu. Zijn zoon Jantje werd ook in de kakstoel gezet:

'Als er iets met hem aan de hand was, toonde Huydecoper zich bezorgd. Hij bemoeide zich actief met de buikpijn, waarover Jantje klaagde toen hij voor het eerst vlees had gegeten. Het kind bleek last van wormen te hebben en Huydecoper informeerde naar helende middelen: in de eerste plaats een pleister voor op de buik, en daarnaast "iets om in het bier te hangen, dat ik hem te drincken sal geven". Maar de beste remedie leek hem toch "hete soete melck in zijn kackpot gedaen en onder hem in sijn kackstoel geset, soo sullen de wormen door de washem van deselve uijt naar sijn naers kruijpen".'(citaat uit Kooijmans, Vriendschap, p, 161).


Voor een Witwerkers Huis, t' Amsterdam in de Hertestraat:
Gy jonge Vrouwen,
Die nu gaat Trouwen,
Koopt hier een Tafel met een Kas;
Een Kakstoel komt u ook te pas.
En alles wat hier onder staat
Zulje vinden in de Hartestraat.

[Hieronymus Sweerts]
Meer over Huydecoper's liefdesleven.
Lees over borstvoeding en moedermelk.

Secreetkoffer, kamergemak, kamertoilet

Secreet. Woordenboek WNT deel XVI, kol. 1268 geeft ons een keuze uit: '3) geheim vertrek, geheime bergplaats, bergplaats voor geheime stukken" ; '4) heimelijk gemak, privaat'.
Er bevond zich een po/pispot in.
In deze laatste betekenis zie Pijzel in Het Hollandse pronkpoppenhuis, 2000, afb. 310. Van Frederik Hendrik is bekend, dat hij gebruik maakte van een losstaande 'camerstoel' bekleed met groen fluweel en met een koperen bekken (Fock 2001, p. 24).
De inhoud werd bewaard op de plaats en enige keren per week geleegd in stro-schuiten.
Baby's potje.

Schelpschotels / schilpschalen

'Een en twintig schilpschalen [schalen in de vorm van schelpen] in de kookkeuken, kamer D.
links: Schelpschotels/schilpschalen Rijksmuseum inventaris-nummer NM 1010-121 A-E foto F4492-3; rechts: Schelpschalen [?], in zilver uitgevoerd, poppenhuis van Dunois, Rijksmuseum.

Potten, kuipen en vaten in de kelder

Kamer G deed dienst als een voorraadkamer.
Kelderpotten waren bestand tegen vocht, insecten en knaagdieren.
De inventaris van Vermeer's eigen kelder (ruimte E) werd niet opgemaakt. We weten dat die ruimte er wel was, omdat er vlak boven een ruimte was die 'Op de keldercamer' heette (Kamer B). De vloer van deze opkamer was op ca. 1 meter hoogte aangebracht in het Voorhuis.
De toegang was via ruimte D, de kookkeuken.

Kan/Kannebord

Een 'kannebort' is een bord met knoppen om kannen aan het oor op te hangen.
Gezien het totale aantal waren er genoeg kannen in huize Thins/Vermeer om de elf kinderen en de volwassenen een eigen kan te geven bij het eten. Volwassenen en kinderen dronken licht of zwaar bier. Bier voorkwam de ziekten die door besmet water werden veroorzaakt. Zie vuilnis en ontlasting.

Vijzel

Dit voorwerp kan gebruikt zijn voor de keukenkruiden en voor het fijnmalen van pigmenten.
Vijzel door Hendrick ter Horst, Deventer, 1631, Rijksmuseum; foto nr 18×24 10190.
Ter vergelijking met dit Nederlandse exemplaar is hier ook een exemplaar (rechter vijzel) uit de USA – van voor 1800 afgebeeld.

Beddepan en een 'munnik'

De beddepan diende voor het voor-verwarmen van het bed in koude tijden. Hij werd gevuld met gloeiende kooltjes of houtskool. Het werd in de munnik geplaatst om brandgaten te voorkomen en een groter oppervlak te verwarmen.

Tinnen zoutvat

Van een tinnen boterpot is nog geen goede afbeelding gevonden. Als alternatief tonen wij hier een tinnen zoutvat, een voorwerp dat ongetwijfeld ook aanwezig was, en dat viel onder de niet individueel genoteerde 'rommelingh'.

Lepels

Lepels werden gebruikt om soep en vast voedsel te eten uit de gemeenschappelijke kookpot. Men at gewoonlijk niet van borden. Er waren genoeg 'schilpschalen' aanwezig in het huis Thins/Vermeer. Vorken werden nog niet gebruikt, men gebruikte een mes om voedsel naar de mond te brengen. Er bevonden zich in het huis 'een tinne pollepel met een houte steel' in de kleine kamer van de grote hal, tien tinnen lepels in de binnenplaats (O) en 'drie ysere slicklepels' in kamer H.

Delftse Markten

H-af-MarktemmerRM.gif
De stad leeft niet alleen van de vrije stadslucht (hoewel. . . 'Stadtluft macht frei,' zeggen ze in Duitsland). De stad leeft van voedsel, verbouwd door boeren die woonden en werkten in het het omliggende platteland. In de Republiek was met name de tuinbouw en de melkveeteelt zeer professioneel ontwikkeld en geheel op de marktwerking gericht. Verse aanvoer was in steden steeds nodig want bij gebrek aan koeling was voedsel beperkt houdbaar (houdbaarheid kon wel verlengd worden door voedsel te roken, zouten, drogen of inmaken). Graan als volksvoedsel werd in hoofdzaak ingevoerd van verre, met name uit de Oostzeelanden.

Huisvrouwen, meiden en anderen gingen inkopen doen met een shopping emmer.

Dit zijn de belangrijkste markten:

  • Vis: Riviervis werd verkocht bij op de Jeronymusbrug bij de Nieuwstraat. Zeevis bij visbanken aan de Hippolytusbuurt.
  • Vlees werd in de Vleeshal verkocht. Binnen de hal waren 22 kramen verhuurd aan handelaren. De huid van het geslachte dier moest naast het te verkopen vlees worden gelegd. Als uithangteken staan twee stenen koeiekoppen aan de gevel.
  • De graanmarkt was dagelijks rond en achter de Oude Kerk; driemaal per week aan de Haverbrug over de Binnenwatersloot
  • en speciaal voor de bierbrouwers aan de Koornmarkt.

Algemene weekmarkt was op donderdag. Pluimvee tussen Choorstraat en Poelbrug. Groente en fruit in het seizoen op de Warmoesbrug bij het einde van de Nieuwstraat. Fruit werd ook bij de stadspoorten verkocht. Groente mocht ook in kruiwagens langs de huizen worden uitgevent.

Stadsbewoners werkten hard. De Engelsman Burnet rapporteert in 1711: 'On Sundays people travelled, windmills were in operation, farmers were seen at work and shops were open just as on weekdays.' (Lit: C. Datema, 'British Travellers in Holland)

Inde binnenkeucken. Ruimte C

Een schilderij van Christus aan het kruis

'Een groote schildery uitbeeldende Christus aent cruys', Inde binnekeucken. Kamer C
of 'Een schildery uytbeeldende Christus aen't Cruys' Op de keldercamer. Kamer B
Een van deze twee schilderijen, waarschijnlijk de eerstgenoemde, is door Vermeer afgebeeld op een de achtergrond van zijn eigen schilderij 'Allegorie op het Geloof'. Het betreft Jacob Jordaens, Kruisiging, ca. 1620. Het origineel van dit Jordaens-schilderij bevindt zich nu in een particuliere verzameling, de Terningh collectie, Antwerpen. Vermeer kan een verkleinde kopie hebben bezeten.
Het is wonderlijk dat dit voorwerp in huize Thins/Vermeer niet in de Groote zael, Kamer I was geplaatst, maar in de veel kleinere binnekeucken (of in de nog kleinere 'op de kelderkamer'. In de binnenkeuken hing ook het goudleer, dat ook werd afgebeeld op de 'Allegorie op het Geloof'.
Het schilderij 'Allegorie op het Geloof' van Vermeer is door een aantal critici wel zijn enige artistieke vergissing genoemd, omdat de scene zich met de slang en het pathetische gebaar zich ver verwijdert van een aannemelijk Hollands interieur-gezicht. Het schilderij is wellicht besteld in de kring van de Jezuïeten in Delft, die net zoiets spectaculairs wilden als 'De kunstenaar in zijn studio' (Wien).

Samuel van Hoogstraten (1627–1678)

Twee trony schilderyen gedaen by [Samuel van] Hoogstraten.

Vrouwentuig

vrouwentuig
Afbeelding: een scène met 'allerlei vrouwentuig: Jacob Duck, Slapend paar, ca. 1650-1660. De staande vrouw maakt een schuin gebaar met haar rechterhand terwijl zij aan het zakkenrollen is met haar linkerhand. Dit schilderij uit de Collectie Peter Eliot wordt hier als voorbeeld getoond.

De schilder, Duck was aktief in Den Haag in de jaren 1656–1660.
Albert Blankert schreef in een persoonlijk bericht in 2001: 'In het WNT staat 3× vrouwentuig 2× handwerkgerei, 1× sieraden. Dus het is: spullen van een vrouw. Dat kennen wij echter niet als onderwerp van enig 17de eeuws schilderij. Het zou een stilleven moeten zijn, maar ik ken er geen van zo'n onderwerp. Mijn eigen ingeving is altijd geweest bij deze vermelding: vrouwengedoe, dus vrouwen die bezig zijn, waarbij ik dan in de eerste plaats denk aan een bordeel of kroeg waar een man de zak wordt gerold of i.d. Dat blijft echter een slag in de lucht.'



St. Veronica, de zweetdoek met Christus' portret vasthoudend.

St. Veronica
Deze afbeelding was gewoonlijk in Rooms-katholieke en niet in Protestante interieurs te vinden.

Hier afgebeeld H. Veronica met zweetdoek, 1605. Gravure, op groot formaat door I. Matham (sculps) naar Abraham Bloemaert (fec.) Rijksprentenkabinet inventarisnummer OB:27065.
H. Veronica is een van de vrouwen die Jezus Christus hebben begeleid naar de Calvarieberg, de plaats van kruisiging. Op de door Veronica aan Christus uitgeleende doek is volgens de overlevering een afdruk van zijn gezicht te zien. Zie de Catholic Encyclopedia.



Twee schilderijen van oosterse types 'op zijn Turks'

Kan dit het 'Het Meisje met Parel-oorbel' zijn van Vermeer, nu in het Mauritshuis?
Een ander voorbeeld van een gelijksoortig voorwerp wordt hier getoond:

Een zeegezicht

Een 'zeetgen' is een zeegezicht. Als voorbeeld van een gelijksoortig voorwerp wordt hier getoond: Ludolf Bakhuizen/Backhuysen (1630–1708) 'Woelige zee', 37×46 cm. Rijksmuseum Cat A 11.

Bas viola da gamba / bassviola

De eerste afbeelding toont een detail van de Vermeer in Washington.
Montias claimt dat die afbeelding te zien is op de achtergrond van ' Lady writing a letter' (Washington DC).

Stoof, stoven

Hz-pijz241-stoven.jpg
In de stoof werd een aardewerk test (bakje) geplaatst met wat gloeiende kolen of houtskool er in. Op de stoof werden de voeten geplaatst. Als de grote rok, jurk of kamerjas er dan nog over heen ging werden de benen goed verwarmd.

Er is door Vermeer ook een stoof afgebeeld op de grond in 'De Melkmeid' (Rijksmuseum).





Kapstok, kleer(droog)stokken

'Kapstock', aangetroffen Inde binnekeucken. Kamer C. en
Dertien kleerstocken, op zolder, ruimte N.
Over de kapstok: rechts is een doorsnee voorbeeld te zien.
Kleerstok: kleerstokken zijn lange ronde stokken die op zolder op en tussen de balken hingen en waaraan de was te drogen werd gehangen. De stok werd met name door de mouwen van natte kledingstukken gestoken waardoor deze langzaam konden drogen.

Int agter keukentgen. Ruimte J

De functie van dit 'agter keukentgen' was bijkeuken op de begane grond. Hier staan enige voorwerpen voor het braden van vlees. Achter het huis kon de rook van het vuur en het braden goed naar buiten ontsnappen op de binnenplaats. Deze achter buiten gelegen keuken werd vooral in de zomer gebruikt, zodat rook en kooklucht niet door het hele huis zou doordringen.

IJseren rooster

Het ijzeren rooster werd gebruikt voor het braden van vers geslacht vlees. Vers vlees was duurder dan gerookt vlees of ingezouten vlees.

Lantaarn

Lantaarn met VOC embleem NG 1985-1 F 3273-8. Een lantaarn dient uiteraard voor verlichting. De lichtbron bevindt zich in een kastvormig lichaam met een op meer doorschijnende wanden. Deze kast maakt de verrichting brandveilig. Er waren lantaarns met een pit die op walvisolie of een andere olie brandde. Het gebruik van kaarsen van bijenwas werd erg duur. de verlichting in het Vermeer-huis zal schaars geweest zijn.

Turfkist en turfkorf

Turf is gestoken of gebaggerd veen; het bestaat uit gedeeltelijk verkoolde oude plantenmassa. Het werd afgestoken in veengebieden, vervoerd naar huizen en industrieën en daar gebruikt als betaalbare brandstof voor de haard en voor het keukenvuur. Kist en korf waren gebruikelijke plekken om turf te bewaren.

IJseren spit

Het ijzeren spit werd gebruikt voor het braden van vers geslacht vlees, met name pluimvee. Vers vlees was duurder dan gerookt vlees of ingezouten vlees. Stond dit spit achteraan in huis vanwege de rookontwikkeling?
Kookkunst: Marleen Willebrands, De verstandige Kok, De rijke keuken van de Gouden Eeuw, Publisher: Pereboom, Bussum, 2006.

Koperen pan

Hz-pijz274-panketel.jpg
De koperen pan (of kookpot) was een dure en luxe versie van de meer gebruikelijke aardewerken kookpot of ijzeren kookpot. Koper geleidt warmte zeer goed. Het vereist poetswerk.

De reiziger Ellis Veryard noteerde in 1701:

'No people in Europe are so neat in their house; the meaner sort being extremely nice in setting them out to the best advantage. The women spend the greatest part of their time in washing, rubbing and scouring, that their pots and pans are kept brighter without than within. The floors of their lower rooms are commonly chequered black and white marble [sic!] and the walls and chimneys covered with a kind of painted tiles; their upper rooms are often washed and sprinkled with sand, to hinder any moisture from staining the boards. You had almost as good spit in a Dutch woman's face as her floor, and therefore there are little pots or pans to spit in.'

(Lit: C. Datema, British Travellers in Holland during the Stuart period. Edward Browne and John Locke as tourists in the United Provinces. Thesis, Vrije Universiteit, 1989, p. 155.)

Kookpot

Een foto van een kookpot van geel koper of brons, Zuid-Nederlands, 1550-1600 Hoogte 24, ø 23 cm.
Kookkunst: Marleen Willebrands, De verstandige Kok, De rijke keuken van de Gouden Eeuw, Publisher: Pereboom, Bussum, 2006.

Strijkijzer (een yser stryckyser)

Het strijkijzer werd gebruikt om door middel van druk, hitte en vocht de gekreukelde was glad te strijken. Er was aan de binnenkant van het strijkijzer plaats voor hete houtskook of hete kolen.
Er werd gestreken op een strijkplankje. Onderstaand voorbeeld is uit één stuk without vervaardigd.

Inde koockeucken. Kamer D

Schotel van tin, papbord

Als voorbeeld van een gelijksoortig voorwerp wordt hier getoond: Tinnen schotel / papbord, ø 19,5 cm. Rijksmuseum inventarisnummer F1950-13 RBK 1977-106.

Asschop

Tapijt-kleed

Hz-pijz86-vloertapijt.jpg
Wordt hiermee een vloertapijt bedoeld of een op tafel gedrapeerd tapijt, zoals zo vaak afgebeeld door Vermeer?

Alleen in de allerrijkste Nederlandse huishoudens werden Turkse tapijten op de grond gelegd. Het lijkt daarom ook waarschijnlijk dat hier tafelkleden bedoeld zijn. Veel Vermeer-schilderijen tonen gedrapeerde tafelkleden.
Rechts een afbeelding van een vloerkleed. Het was normaal de vloeren van hout niet te bedekken en de planken dus kaal te laten.
Twee tafelkleden werden genoemd in de invantaris van 1623, van goederen die in 1623 'overgingen' van Reynier Jansz (Vermeers vader), aan Balthasar Gerrits (de vader van Digna Baltens, Vermeer's moeder). Er waren toen verder nog zes tafelkleden waard 12 gulden.

Groot schoorsteenkleed (afdekkleed)

Een (dito) schoorsteenkleed, Inde groote zael, Kamer I. Dit voorwerp, niet te verwarren met een schoorsteenval, was en vrij groot kleed dat de gehele schoorsteen-opening kon afdekken tijdens het zomerseizoen. Schoorstenen konden tegen de tocht ook worden afgedicht met gekromde schotten die met leer waren afgewerkt. In zeventiende eeuwse inventarissen worden deze soms aangetroffen (mondelinge informatie Zantkuijl, 2001).

Int waskeukentgen. Kamer K

Spinnewiel

Een logische plaats om dit apparaat te gebruiken was de kelderkamer.

Wieg, wiegschommel

'Een tiene wiech' [wieg van wilgentenen gemaakt] aangetroffen boven op de solder, Kamer N. De wieg voor de baby werd soms op een schommelend onderstel geplaatst. Op de afbeelding een mandewieg van riet met ornament in rode en groene koord-zijde, en slingers van rieten ringen. Afmetingen: hoogte 76,5 lengte 94, breedte 48 cm. Rijksmuseum.

Inde gang. Kamer F

Korf of mand (een 'ben')

De 'ben' (mand of korf) werd vaak gemaakt van wilgentenen. Manden werden in hollandse huizen en bedrijven een veel gebruikt voorwerp voor opslag van allerlei huishoudelijke zaken. Zie ook vuurmand en vuurkorf. Aangetroffen Int agter keukentgen. Kamer J: een vate ben [een mand bestemd voor vaten; maar wat voor soort vaten?].

Op de keldercamer. Kamer B

Schilderij van Vrouw met parelsnoer-ketting

Vermoedelijk is het het Vermeer-schilderij van de 'Vrouw met een parelsnoer', in Berlijn.
Het snoer werd dichtgestrikt door middel van zijden linten.

Schilderij in vergulde lijst

(hier getoond als schilderij-in-Vermeer-schilderij)
Overal in huis waren schilderijen aanwezig.
De handelsvoorraand schilderijen van Vermeer werd buiten de inventaris gehouden wegens een uitstaande schuld.

Op de plaets. Ruimte O

pispot of waterpot

secreethuisje
Volle pispotten werden hier bewaard tot ze geleegd konden worden. Zie vuilnis en ontlasting.

Op de plaats was wellicht een regenwater-reservoir ingegraven. Pompen nabij de kookkeukens hadden in luxere huizen zowel aansluiting op de waterputten als op dit regenwater-reservoir op het erf. Zij waren daarom voorzien van twee pompzwengels en twee kranen. (Pijzel, Pronkpoppenhuis, 2000, p. 167).

Rijksmuseum
De afstand van de binnenplaats tot 'de koockeucken (D)' was echter te groot in huize Thins/Vermeer. Daarom zal, indien er een reservoir was, dit alleen verbonden zijn geweest met het 'agter keukentgen (J)' en t waskeukentgen (K)'.

Water werd in de luxere woonhuizen opgepompt met twee zwengels. De eerste zwengel was verbonden met een ondergrondse waterput (onder het huis) en de tweede zwengel met een regenwater-reservoir, ingegraven op de binnenplaats.
Pompen in of nabij de kookkeuken hadden, indien uitgevoerd met een dubbele zwengel, aansluiting zowel op de waterput als op deze regenbak. In het geval van dit Vermeer-huis was de afstand van de tank op de binnenplaats tot de binnenkeuken te groot; de pomp zou die afstand niet trekken. (informatie H. Zantkuijl, 2001)
Er was soms ook een derde systeem waarbij een regenwater-reservoir op zolder via een leiding en kraan naar de keuken werd gebracht, boven de gootsteen. Dit water was veel schoner dan het grachtenwater. (Pijzel, Pronkpoppenhuis, 2000, p. 167.). Er waren ook nadelen aan verbonden: de tank moest onder het waterniveau van de dakgoot staan. het systeem van tank en leidingen vormde een gevaar voor lekkage en vocht (informatie Zantkuijl, 2001)
Waterpomp en aanrecht. Vermeer kookkeuken, kamer C. Omdat het geen roerend voorwerp was is het niet genoemd in de inventaris. De hier getoonde aanrecht uit het poppenhuis genaamd 'grachtenhuis' kent de luxe van twee pompen. Rijksmuseum inventarisnummer BK-NM-5783 70/71.>br> Als er een privaat was, kon die op de plaats zijn uitgebouwd. Hij was dan toegankelijk ofwel van binnenuit ofwel via de open lucht. Als alternatief kan een privaat zijn ingebouwd in de binnenkeuken (zoals in het poppenhuis van Oortman, Rijksmuseum) of in een andere binnenruimte. Opvallend is de kapstok en het papierbakje, ingebouwd aan de linkerzijde.
Tenslotte bestaat nog de mogelijkheid dat in het huishouden alleen van waterpotten (po's) werd gebruik gemaakt; de po's en de tonnen uit het privaat werden van tijd tot tijd geleegd in de afval- stroschuiten die door de grachten voeren. (Pijzel, Pronkpoppenhuis, 2000, p. 178.) Voor privaten, zie ook Fock 2001.

Opt hangkamertgen [mezzanine]. Kamer H

Functie van de ruimte: Kleine kamer of mezzanine, hangend gemonteerd aan de balken van een plafond, bereikbaar via een luik of opening in de vloer met een ladder omlaag naar het lager gelegen 'kamertie' G. Door het luik kwam (als de haard brandde in de grote zaal - kamer I) ook warmte naar boven (Fock 2001, p. 29).

Bankje

'Een houte voutbanckie' Int Voorhuys, Kamer A. Rechts een afbeelding van een houten bankje met 'schabel', een s-vormige handgreep met twee uitgeschulpte wangen.

Kuip, vleeskuip

Zie kamer

boucken

Rijksmuseum
Men kan veronderstellen dat Vermeer boeken bezat voor drie redenen: om nuttige kennis te vergaren, om bij te blijven over sociaal belangrijke onderwerpen en tenslotte ter ontspanning. Gegeven de thema's in zijn schilderijen bezat Vermeer wellicht over religie, schilderkunst, perspectief en tenslotte waren er wellicht liedbundels en bladmuziek.

De zeer preciese, bijna documentaire wijze, waarop Vermeer bepaalde voorwerpen schildert is aangetoond in een artikel door Welu. Hij slaagt er in titel en editie te determineren van het open boek in het schilderij De Astronoom (Louvre, Paris). Het is een boek door Adriaen Metius, [ in het Engels: 'On the Investigation or Observation of the Stars'], Deel III, tweede druk, uit 1621 met daarop een gravure van de astrolabe die door Metius zelf was uitgevonden.
Maar wat kunnen we zeggen over de leeshonger van Catharina en de kinderen? Er zijn nogal wat lezende vrouwen te zien op Vermeer's schilderijen!
In de Republiek van de zeventiende eeuw was de leesvaardigheid wijd verbreid onder sociale groepen dank zij de scholen. Het was wellicht gebruikelijk om een boek hardop te lezen, zelfs wanneer men in zijn eentje was. De kunst van het stillezen schijnt pas in een latere tijd gebruikelijk te zijn geworden.
In de ogen van reizigers uit het buitenland vielen de bewoners van de Republiek op door twee karakteristieke eigenschappen: hun zingen en hun poezie. In die zin leken ze op de huidige Ieren ! Het enthousiasme voor gezang is in de loop der eeuwen verminderd, maar poezie en rijen zijn nog in de mode; dit deel van het nationale karakter is bewaard gebleven.
De boekenkast hiernaast, uit het poppenhuis van Oortman, toont een grotere collectie boeken.
Lees Philip Angel, een Leidse schrijver over kunsttheorie en kunstpraktijk, 1642.

Koffer

Zie kamer G

Eerste verdieping. Boven op de agtercamer. Kamer M

tiene bakermath

Bakermat, Bakerkorf: 'Eene langwerpige, lage mand, ook wel een houten bak, die, voor het vuur staande, tot zitplaats diende voor een baker, wanneer deze het op haar schoot liggende kind verzorgde.' WNT II,1, kol. 883.
Voor een bespreking zie zwangerschap en babyzorg.
De bakermat vormde deel van de uitzet.

Cupido met speelkaart

Een Cupido, geschilderd door een ons onbekende schilder, boven op de agtercamer. Kamer M. Hier is een cupido afgebeeld op de achtergrond van het Vermeer-schilderij 'Staande clavecimbelspeelster', National Gallery, Londen.
Dit cupido-schilderij toont een afbeelding zoals die voorkwam in de emblemata-boeken. Het formaat dat Vermeer weergeeft kan in het origineel anders zijn geweest. We weten dat Vermeer om redenen van compositie manipuleerde met formaat en lijstwerk.

Opde [boven] voorkamer. [Vermeer's studio] Kamer L

paletten

Eikelenberg
Een mooie visuele uitleg door een achttiende-eeuws schilder is geschreven door Simon Eikelenberg in zijn manuscript Aantekeningen over Schilderkunst, uit 1700. (Regionaal Archief Alkmaar, collectie verwervingen nrs. 390-394).

Tekst-regels van boven rechtsom naar beneden:
'op't Pallet leijt men de veruw Aldus:

  • Osse swart
  • Lampswart [roet]
  • Koolswart
  • Omber; van links naar rechts: Dicipili; bruind; noch bruijnder; noch bruijnder [ingrediënt wellicht 'bruinsteen/manganese?]
  • Bruijnoker
  • Schijtgeel [bruin schijt/schietgeel, gemaakt van de Rhamnus-bes; geldt ook als laxatief]
  • Geeloker
  • Wit
  • Van links naar rechts: fermiljoen [rood]; Bruijn root; Lake [blauwe lak]
  • Van links naar rechts: Carmozij [Karmozijn/Karmijnlak, diep rood]; Wat roder ; Wat bruijnder'

Tekst rechtsboven: 'De soorten der Verwen die men int schilderen gebruijkt zijn dese navolgenden...' Voor Simon Eikelenbergs palet zie ook Ernst van de Wetering, Rembrandt. The painter at work. p. 132ff. Voor andere schildersbenodigdheden van Vermeer zie de zolder.

Schildersdoek (canvas) en schilders-panelen

Canvas schilderdoeken werden geprepareerd ingekocht bij een handelaar in doeken en pigmenten - of het doek werd door de schilder zelf geprepareerd. Twee manieren van opspannen waren gebruikelijk: de eerste is het doek als een dierenvel op te spannen zoals rechts te zien is op deze gravure van Vincent van der Vinne. In een latere fase werd het doek over de randen van een rechthoekig schilders-spieraam gespijkerd.
Het ons bekende werk van Vermeer is vrijwel geheel op doek geschilderd. Er zijn slechts enkele kleine panelen bekend, waarvan er een wordt beschouwd als 'omgeving Vermeer'.

Lessenaar

Boven op de solder. Kamer N

tekening van een zolder
Functie van de ruimte die zich in het grote huis en/of in het achterhuis bevond: Opslag ruimte, met name voor de handelsvoorraad schilderijen. Het werd wellicht als werkruimte gebrukt voor het wrijven van verf. Mogelijk ook slaapruimte van de meid (hoewel er hier geen aanwijzing is dat er een bed aanwezig was).

De tekening links, in zwart krijt door Andries Both, toont een zolder met nog een daar boven liggend gedeelte, een 'vliering'. In Vermeer's huis bestond deze extra etage wellicht niet.
Vermeer handelde in schilderijen. Het is zeer waarschijnlijk dat zijn handelsvoorraad op zolder werd bewaard. Er waren zolders in het hoofdgebouw en in het bijgebouw.


Stenen tafel om verf te wrijven

Links: Afgebeeld zijn details van de gravure door Jan Baptist Collaert (1566–1628) after Johannes Stradanus. De gravure toont een complete kunstenaars-studio met het het onderschrift 'COLOR OLIVI / Colorem oliui commodum victoribus. Inuenit insignis magister Eyckius.' Henny veronderstelt gebruik van een porfieren steen.
Rechts: David III Ryckart, 'Werkplaats van de schilder', 1638. Er is ook exemplaren in het Louvre Paris en in het Musée de Beaux-Arts, Dijon, bekend.

Verantwoording

Research copyright door Kaldenbach. Email kalden@xs4all.nl. Dank aan de web-wizard ir. Allan Kuiper voor zijn prachtige navigator. Bekijk ook de webesites in het Nederlands en in het Engels

Launched December, 2002. Update December 18, 2009.

Recherche avancée   
Critère 1      --
                        et   ou   sauf
Critère 2      --
                        et   ou   sauf
Critère 3      --
                        et   ou   sauf
Critère 4      --
                        et   ou   sauf
> Classer les r�sultats par  
lancer
Deze website maakt gebruik van cookies. Informatie over cookies